|
Wat is nu precies de beschrijving van een
replacement biljet?
Letterlijk vertaald zijn het
vervangingsbiljetten.
Daarin zit ook de functie van deze biljetten.
De drukker (Joh. Enschedé en Zn.) kreeg opdracht van DNB om biljetten in een
zekere oplage te drukken. Dagelijks diende de oplage exact ter grootte van de
oplage te zijn. De biljetten werden ook dagelijks genummerd. Uit
veiligheidsoverwegingen konden eenmaal gedrukte serienummers en letters niet
opnieuw gebruikt worden, en om correcte verantwoording af te kunnen leggen
werden de misdrukken (defecten) vervangen door biljetten genummerd vanaf
100.000.
Het eerste biljet waarbij we deze methode van
vervangen tegenkomen is het 20 gulden
biljet uit 1926, model "Stuurman".
Afwijkende methode van nummering zien we bij 10
gulden 1968. Hierbij zijn andere numeroteurs gebruikt en zijn series aangewezen
als replacementseries.
De replacements zijn in uitvoering identiek aan
de biljetten die ze moesten vervangen. Hypothetisch zou het kunnen zijn dat er
dagen waren waarbij geen defecten zijn opgetreden, dus niet van elke serieletter
hoeft een replacement te zijn. De nummers die we echter tegenkomen zijn veelal
boven 1.000. Dat wil zeggen dat er dagelijks vaak meer dan 1.000 exemplaren
werden vervangen. De oplage was overigens veelal >100.000 voor de normale
biljetten, de zeldzaamheid van de replacements is dan ook duidelijk: waarschijnlijk
minder dan 1 op 100 van de reguliere oplage. Op dit moment (20 februari
2008) zijn er geen oplagecijfers van de replacements bekend.
Zie ook Invulseries. |